Landbouwkrediet

Wanneer wij het werk van Jean-Pierre Paeleman al van een familiegeschiedenis of –naam moeten voorzien dan komen we vrij vlug oog in oog te staan met de gestalte van Pablo Picasso. We beschrijven dan niet zozeer de genese van een traditionele grootheid als wel het monumentale van de mogelijkheid op zich. In die zin verliezen de terechtwijzingen van cultuurpessimisten hun actualiteit; met Paeleman en zijn “hommage aan Pablo” lijkt het bewustzijn opnieuw doordrongen van die primitieve oorspronkelijkheid.

Historici voorzien ons bestaan van een 12000 jaar oude patriarchale voorgeschiedenis.  Twaalf millennia aan culturele dynastieën die bestuurd en bepaald werden door de man.
Ergens aan de einder van die mannelijke overheersing spreken tot ons de mogelijkheden van het matriarchaat.

De zienswijze van de kunstenaar verandert dan ook grondig naargelang de mogelijkheid van zijn engagement. Binnen de patriarchale orde is de kunstenaar een ambachtsman die de materie dient  te bemeesteren waardoor het doel ligt in het te verwerkelijken artefact, niet in de dynamische ervaring van de materie zelf. Dat wordt gans anders wanneer hij dat middel-doel denken achter zich laat; hij komt dan in aanraking met de mogelijkheden van het matriarchaat dat door Paeleman  wordt omschreven als “het spontane spel van de materie en de geboorte van vrouwelijke vormen”.

Binnen de geest stelt Paeleman de verstarde –vaak destructieve- invalshoek van het patriarchale denken in vraag. Een vraagstelling die niet noodzakelijk breekt met de techniek, maar een vraagstelling die de techniek herdenkt in functie van onze natuurlijke geworpenheid.

Igor De Rycke

Zonderling of buitenstaanders, 

Jean-Pierre Paeleman geboren te Ninove in 1958 toont zijn wonderlijke werken – gedoopt “Helena”, “Medusa” of Tempel der dromen” in een voor het Brusselse publiek weinig gekende plaats.
Het zijn beelden in keramiek die zich goed zouden leiden tot het brons gieten.
Zij dragen veel inspiratie van de werken van Walter De Rycke, die de Vlaamse kunst bevolkte met een belangrijke collectie van kleine fantastische personages, vol grappig –en merkwaardigheden.
Ook Yves Rhayé, Roland Monteyne, hebben hem (goed) beïnvloed en als deze “voorwerp –personages” hoornen hebben, en dan zijn deze dikwijls gebogen (gekromd) of ze openen zich als spreekhoorns.
Poten, uitwassen (of knobbels) zijn afgerond en doet meer denken aan luistere verbeeldingselementen dan aan puntige hobbeligheid of aan demonen zoals men ze terugvindt in de schilderijen van Jeroen Bosch.
Soms zien we in deze wezens herhaaldelijk vervormingen van de menselijke vormen, vanwaar “een verwijzing naar de gedachte van Picasso” of
“het eerbetoon aan Pablo” waarin hij zich gul uitdrukt..
Maar toen de kunstenaar zich volstrekt bevrijdde van het “macho” en toen hij de veelvuldige mogelijkheden onderscheidde van het “matriarchaat” (stammoeder) ontdekte hij “het spontane spel van de materie en de geboorte van de vrouwelijke vormen”.
In deze geest stelt Jean-Pierre Paeleman het verstijfde standpunt in vraag – dikwijls verwoestend of dikwijls vernielend van het noodzakelijk patriarchaat (stamvader).
Een in vraagstelling die niet noodzakelijk breekt met de techniek, maar een in vraagstelling die de techniek herbedenkt in functie van onze natuur.
Zo stelde, Igor De Rycke, in zijn voorrede van de catalogus .

Stephane Rey

Advertenties