Belfortcrypte2005

Jean-Pierre Paeleman  heeft een opleiding architectuurtekenen gevolgd. Daarom mag het niemand verwonderen dat er voor zijn figuren een bouwer aan het werk lijkt te zijn geweest die de vormen construeert die herkenbaar ‘Paeleman’ zijn : voor een afstammend van een bouwsel uit een imaginair verleden.
De grenslij tussen het organische en het architecturale wordt in deze beelden met groot gemak overschreden : ze balanceren op het uitdagende grensvlak tussen de biologische basisvorm die als constructie vorm krijgt, en de constructie die herkenbare biologische componenten in zich draagt. Is het een kat die aan een liggende schuilplaats voor zichzelf doet denken, of is het een huis dat langgerekt de slapende kat oproept ?  Deze verweving geldt ook voor de wederzijdse rol van het mannelijke en het vrouwelijke in deze beelden : het lijkt alsof ze beiden de bovenhand willen halen, strijden om de dominantie van het beeld en van hun tegenbeeld.
Meteen ontlenen deze werken ook hun kracht aan deze ‘tweeslachtigheid’ : aan de tweestrijd tussen de mannelijke en de vrouwelijke thema’s, aan het spel dat de biologische en meetkundige vormen met elkaar spelen. Maar nergens wordt het androgyne spel brutaal, laat staan dat er agressie in verscholen zit : wat een tweespalt is, zal in dit werk geen tweedracht worden.

Natuurlijk zijn er in dit werk reminiscenties aan het werk van Nikki de Sainte-Phalle, waarmee Paeleman dan wel niet de bekendheid, maar toch de organische vormentaal gemeenschappelijk heeft. En natuurlijk is ook Henry Moore niet veraf, de best bekende architect van de menselijke ronding. En je mag even goed denken aan de stierenkoppen van Picasso, de verfijnde lijnen van Miró of aan de groteske maar beheerste waanzin van Jeroen Bosch.  Zelfs de  Afrikaanse houtsnijkunst laat sommige totems haar sporen na.  Maar bovenal hebben Paelemans beelden hun eigen, persoonlijk dynamiek, hun eigen elegantie en verstilling.  Ook al zijn ze dan soms van tanden of puntige uitsteeksels voorzien, ze verleiden eerder dan dat ze dreigen : hun gladheid en sensualiteit (‘alles is erotiek’, zegt de beeldhouwer zelf) heeft de bovenhand. De vruchtbaarheid haalt het nog steeds op het verval.

Het consequente gebruik van glazuren op klei heeft voor de beeldhouwer die zijn materie door en door beheerst, ook zijn technische beperkingen : zij laten nauwelijks nuance toe, maar eisen volle, egaal gekleurde  vlakken voor zich op.  Deze ‘Beschränkung’ doet keuzes maken, en is een belangrijke sturende factor in het creatieve denkproces.  Jean-Pierre Paeleman  is zich heel goed bewust van het gevaar voor kitscherigheid en overdaad dat bij deze techniek op de loer ligt, en laat de met goud geaccentueerde kleurvlakken niet ontsporen in schreeuwerigheid.  In zijn recent werk vermijdt hij de valkuil van de protserigheid door het van een nóg  soberder en helderder kleurenpalet te voorzien, eigen aan de metaalglazuren die hij nu gebruikt.  Deze glazuren hebben bovendien het voordeel dat ze weersbestendig zijn, zodat het beeld ook buiten een eigen leven kan gaan leiden.

Met al deze elementen zoekt de kunstenaar de begrenzing én de speelruimte op voor de uitdrukking van die dingen die we herkennen en waarderen : kracht en verstilling, exuberantie en weemoed.

Erik Heyman

Advertenties